In de ontwikkeling van natuurlijk groen zijn een aantal stadia
waar te nemen. Gesproken wordt van natuurlijke successie.
Een proces waar veel over te vertellen valt. In de komende tijd zal
ik stukjes over dit onderwerp toevoegen.
(Concept)
Natuurlijke ontwikkeling, beginnend op een kaal terrein, zal in
de loop van de jaren een aantal fasen doormaken. In eerste instantie
zal er een al dan niet weelderige kruidengroei te zien zijn. Het
gaat dan om 1-jarige kruiden. Vervolgens komen er 2- en meerjarige
kruiden in beeld, die op hun beurt weer plaats maken voor grassen.
Na het vergrassingsstadium zien we pleksgewijs houtige gewassen,
heestervormers een plekje innemen. Uiteindelijk ontstaat er, na
jaren, iets wat op een bos begint te lijken. Nog véél later kun je
spreken van een climaxbos. Op enkele plaatsen in Oost-Europa zijn
nog hele kleine stukjes zg. Oerbos te vinden. Tropisch regenwoud is
ook een vorm van een climax in de successie.
Op het moment dat er in een bepaalde fase door oorzaken van
buitenaf iets verandert, grijpt de ontwikkeling direkt terug naar
een van de vorige fasen. Een voorbeeld: In een bos waait een boom
om, waardoor een open plek ontstaat. De bodem is door het min of
meer ontwortelen van de boom kaal en open. Hierin zie je direkt weer
eenjarige kruiden ontkiemen. Daarna volgen dan weer de andere fasen.
Op die manier kun je dus, en dat is ook de praktijk, verschillende
fasen dicht bij elkaar zien.
Vaak zijn dat ook de mooiste plekken om te zien. Omdat er een
overgang is tussen verschillende fasen in de beplanting zie je op
zulke plekken ook de fauna die zich in of bij de verschillende fasen
thuisvoelt.
Natuurlijk zijn er op deze hele gang van zaken een heleboel
uitzonderingen. Het steppengebied in Rusland is zo bar en
onherbergzaam dat het grasstadium daar de climaxsituatie is. In onze
eigen duinen zijn plekken die vol de wind vangen en die daardoor
slechts met helmgras begroeid zijn.
In de siertuin proberen we, soms krampachtig, gedeelten van de
bovengenoemde fasen vast te houden. Een gazon is eigenlijk niet meer
dan een van de fasen, vergrassing, die in de natuurlijke successie
thuishoort. Doe je lang genoeg niets aan het gazon, dan komen er in
eerste instantie, de ontwikkeling doet een stapje terug, meerjarige
kruiden in beeld. Vgl: madeliefjes, paardebloemen, enz. Uiteindelijk
zie je heestervormers opkomen, gevolgd door boomvormers, en daar ben
je weer naar een bos aan het werken.
De Vaste Plantenborder is op haar beurt een voorbeeld van de 2-
en meerjarige kruidenfase. Lang genoeg niet bijhouden betekent
uiteindelijk 1-jarige (on-)kruiden en vervlgens 2-jarigen en
grassen, enz.
Klaprozen, akkerkool en korenbloemen zijn 1-jarige kruiden die je
bijvoorbeeld op een verse open plek in het bos kunt zien. Deze
planten hebben verstoorde of geroerde grond nodig om te kiemen. Als
de bodem weer tot rust komt zul je ze na enkele jaren niet meer op
die plaats tegenkomen. De zaden liggen er wel en wachten rustig af.

Direkt na een volgende verstoring zullen ze weer ontkiemen. Op
bouwland, dat jaarlijks bewerkt wordt voelen ze zich dus prima
thuis. Ze passen perfekt in de bewerkingen die een boer uitvoert op
zijn akkers. Als je dus een bloemenweide met dergelijke eenjarigen
in je tuin wilt, dien je jaarlijks de bodem te bewerken om de
omstandigheden voor die 1-jarigen optimaal te houden. Doe je er na
het eerste jaar niets meer aan, dan zul je op termijn, na enkele
jaren, de volgende fase van de natuurlijke ontwikkeling zien, 2- en
meerjarige kruiden, enz. Het aantal 1-jarigen neemt in een paar jaar
af en uiteindelijk zie je ze dan niet meer. Tot de volgende
verstoring......
Strikt genomen heb je met een bloemenweide dus eigenlijk helemaal
geen natuurlijke tuin. Net als bij een gazon in de conventionele
siertuin ben je ook hier bezig met het in stand houden van, ofwel
vasthouden aan, één fase uit de natuurlijke successie. Een
belangrijk verschil is wel dat in een dergelijke bloemenweide de
mogelijkheden ruimer zijn voor allerlei insekten en grotere dieren
als vogels en vleermuizen die van hen afhankelijk zijn.
De foto hieronder is gemaakt in een tuin die aan alle zijden
beschaduwd werd door bomen. Onder deze bomen een voorjaarsbeplanting
van boshyacinthen, bosanemoontjes, en een veelheid aan verschillende
bolgewasjes en primula's. Later in het seizoen werd altijd een
aantal schaduwverdragende 1-jarigen aangeplant. Op de foto te zien
bv. Vlijtig Liesje. Op de achtergrond ligt achter de
boom/heesterrand de tuin van de buren. Deze tuin is in 1999 volledig
leeggerooid en nu opnieuw aangeplant met jonge beplanting in
overwegend laagblijvende soorten. De tuin op de foto kwam daarbij
een veel groter gedeelte van de dag in de zon te liggen. Ook dit is
een verstoring van een jarenlang bestaande situatie. Spontaan komen
er dus nu, voorjaar 2000, een massa eenjarige kruiden als vogelmuur
en aanverwanten tevoorschijn, die met de bolgewasjes een soort van
concurrentiestrijd aangaan die
slechts met behulp van veelvuldig wieden gewonnen kan worden. Op
termijn treedt wel weer een zekere rust in.

Naast de natuurlijke situatie is er ook nog een aantal factoren
die door menselijk ingrijpen veranderen en die daarmee een
verstoring veroorzaken.
Wisseling in grondwaterpeil. Bij de aanleg van nieuwe wijken
wordt vaak, omdat we nu eenmaal steeds verder de polder inbouwen,
tijdelijk of permanent de grondwaterstand kunstmatig verlaagd.
Aanwezig groen in een betrekkelijk ruime straal om de betreffende
locatie heen wordt dan geconfronteerd met een lagere grondwaterstand
en ervaart dat dan ook als verstoring. Ook landbouwers die zo vroeg
mogelijk in het voorjaar hun land willen bewerken hebben belang bij
een lagere grondwaterstand. Mooi(?) voorbeeld in de Peel, enkele
jaren geleden. Rondom het natuurgebied de Groote Peel in de buurt
van Weert/Ospel is veel landbouwgrond. Om deze grond, vooral in het
vroege voorjaar, te kunnen bewerken is in een groot gebied rondom,
het grondwater kunstmatig verlaagd. Daarmee zakte ook het waterpeil
in de Groote Peel. De toplaag die van nature altijd verzadigd was
met water droogde daarmee een beetje in. Toen dan op zeker moment
een veenbrand uitbrak viel het niet mee om die te blussen. Vuur in
veen smeult ondergronds nog lange tijd verder.