|
Vlinders
De leukste diertjes om in je eigen tuin te bewonderen zijn
(dag-)vlinders. Ze komen voor in een scala aan kleuren en als ze de juiste
omstandigheden aantreffen kun je er jarenlang plezier aan beleven. De
omstandigheden die voor vlinders in het algemeen belangrijk zijn kunnen
met niet al te ingrijpende voorzieningen gerealiseerd worden.
Toch gaat het
niet echt goed met de vlinders in Nederland. Op de hele wereld komen
meer dan 150.000 soorten vlinders voor. In Europa alleen zo'n 3.000
verschillende vlinders en in Nederland kun je iets meer dan 2.000
vlindersoorten aantreffen. Vlinders worden onderverdeeld in twee groepen:
dagvlinders en nachtvlinders. Met de dagvlinders valt het in Nederland
niet mee. Een eeuw geleden nog waren er zo'n 70 soorten te vinden. Nu,
gegevens van 2003, is dat aantal geslonken tot 53!. De rest is
uitgestorven, weg, kwijt!. Van die
53 overgebleven vlindersoorten is dan ook nog eens de helft zeldzaam of
zelfs zeer zeldzaam te noemen. Er zijn dus in de loop van de laatste 100
jaar nogal wat veranderingen ten nadele van de vlinders opgetreden.
Op kleine
schaal kan het dus geen kwaad om in je eigen tuin een hoekje in te richten
dat mogelijkheden biedt aan vlinders. Je helpt ze er mee, en daarnaast heb
je ook het plezier ervan.
Vlinders hebben belang bij een goede
temperatuur en natuurlijk een constant voedselaanbod. Door een zonnig
gedeelte van uw tuin in te richten met beplanting met nectarrijke bloemen,
en ervoor te zorgen dat dit tuingedeelte in de luwte ligt, voldoe je al
aan deze meest belangrijke eisen. Luwte kun je goed creëeren door het
aanplanten van een haag. Neem hiervoor bijvoorbeeld een soort die ook wat
aan vogels te bieden heeft en verdubbel daarmee het natuurvriendelijk
effect.
Als soorten beplanting kun je beginnen met een keuze uit de volgende
soorten.: vlinderstuik,
verbena, beemdkroon, damastbloem, hemelsleutel, herfstaster,
koninginnekruid, lavendel, vaste muurbloem en enkelbloemige afrikaantjes.
Je kunt ook bij het tuincentrum een zakje vlinderbloemzaad kopen.
De reden dat vlindersoorten
zeldzaam of zelfs uitgestorven zijn hangt voor een deel samen met het
ruimtegebruik. Wilde stukjes natuur, waarin soorten beplanting voorkomen
die noodzakelijk zijn voor een bepaalde soort vlinder, zijn er nauwelijks
meer. Strikt genomen hoort er bij een zekere grondsoort, onder invloed van
bepaalde klimatologische omstandigheden, een aantal planten, insecten en
andere dieren thuis. Zo'n verband kun je een
biotoop noemen. Door het z.g. optimale gebruik van de beschikbare grond
voor bouwdoeleinden e.d. zijn zulke biotopen zeer
schaars.
Enkele soorten vlinders die in onze streken
(nog) voorkomen. Het gaat hier dus om vlinders die relatief weinig eisen
stellen, of soorten die zich van nature makkelijk aanpassen aan
veranderende omstandigheden.:
 |
Atalanta. Dit is een trekvlinder die 's-zomers
vanuit het middellandse zeegebied naar Nederland vliegt. Eitjes legt
zij vaak in brandnetels omdat de uitkomende rupsen daar beter
beschut zitten tegen vogels.
|
 |
Ook de
Distelvlinder is een mediterrane trekvlinder.
Haar aanwezigheid hier is wisselend. Sommige jaren kom je de
Distelvlinder niet tegen, andere jaren juist volop.
|
 |
Het
Dagpauwoogje is een vlinder die je uit duizenden kunt herkennen. De
tekening op haar vleugels ziet eruit als 4 grote ogen. Dit moet een
aanvaller afschrikken. |
|
 |
De
Kleine Vos is een van onze bekendste vlinders. Haar kun je overal
tegenkomen. Overwinteren doet zij op een donker, luw plekje,
desnoods in huis. |

Citroenvlinder
|

Koolwitje
|

Oranjetip |
Gehakkelde Aurelia |
|